De Citadel van Zoutleeuw
Een verstilde ontmoetingsplek van natuur
en cultuur.

"Als
we bewust leren omgaan met het landschap, het 'van binnenuit'
leren begrijpen en interpreteren, kunnen we keuzes maken. Dan kunnen we
het landschap voor verval en vernietiging behoeden en er op een
eigentijdse wijze zin en vorm aan geven. Als we ons het landschap
toeeigenen, kunnen we het verleden —ons verleden — ook herinneren. Pas
dan is er een toekomst voor het verleden." Zo klonk de aanzet van
`Wandelenderwijs', een pilootproject rond landschapsinterpretatie, dat
het Vlaams Centrum voor Volkscultuur in samenwerking met de stedelijke
diensten van Zoutleeuw en verschillende regionale partners waaronder
Natuurpunt in de lente van 2002 in Zoutleeuw organiseerde. Vrij vlug
bleek dat de verdwenen zeventiende-eeuwse citadel aan de rand van
Zoutleeuw een uitgelezen vertrekpunt was voor dit project. Via twee
workshops werd nagegaan op welke manier de ontsluiting en het beheer
van de voormalige citadel voortaan beter konden worden georganiseerd.
In de lijn van de visie van Natuurpunt brachten alle werkgroepen van
deze workshops elementen aan om op een eenvoudige en discrete wijze de
site tussen de stad Zoutleeuw en de Getevallei als een verstilde
ontmoetingsplek voor de lokale bevolking te herwaarderen. Reconstructie
en een uitgesproken toeristische bestemming werden afgewezen ten
voordele van zachte ontsluiting, toeristisch medegebruik voor
wandelaars en passerende fietsers en behoud en versterking van de
aanwezige natuurwaarden. Dit pilootproject legde de basis voor een
samenwerking tussen Natuurpunt en de stad Zoutleeuw. De voorbije jaren
waren er verschillende ontmoetingen tussen beide partijen om dit
herwaarderingsproject ook daadwerkelijk op het terrein de realiseren.
De stad Zoutleeuw engageerde zich om het project qua aankoop en
inrichting financieel te ondersteunen. Natuurpunt engageerde zich om de
terreinen aan te kopen en te beheren. Onlangs slaagden we erin om de
eerste vier ha te verwerven.
Zoutleeuw is een kleine stad in oppervlakte maar haar cultuurhistorisch
erfgoed verraadt haar verleden als een belangrijk centrum op de grens
van Haspengouw en Hageland. De oudste betrouwbare meldingen over Leeuw
gaan terug tot het einde van de 10de eeuw: de eerste parochiekerk was
de Sint-Sulpitiuskapel, gelegen ten zuiden van het huidige
stadscentrum. Gedurende de 13de en 14de eeuw kende de stad een enorme
bloeiperiode. Deze bloei dankte ze aan haar gunstige ligging. De stad
lag immers langs de belangrijke handelsweg die in het midden van de 12e
eeuw werd voltooid en die Keulen met Brugge verbond. Een eerste
verdedigingsmuur werd rond 1130 gebouwd. In 1312 werd Zoutleeuw één van
de zeven vrije steden van het hertogdom Brabant en was bekend om zijn
lakenindustrie. Vele kooplui en ambachtslui vestigden zich binnen de
beschermende muren van de nederzetting aan de bevaarbaar gemaakte
Kleine Gete. Daardoor kwam een rechtstreekse verbinding met Antwerpen
tot stand en nam het belang als handelscentrum toe. Aan deze
bloeiperiode kwam vanaf de 15de eeuw een einde tengevolge van de
concurrentie van het Engelse laken en door de opgang van de stad Tienen
na het bevaarbaar maken van de Grote Gete. De verdere geschiedenis van
de stad is een droeve opsomming van rampen, bezettingen en
verwoestingen. Toen Zoutleeuw onder Spaans bewind kwam, werd omstreeks
1667 besloten de stadsmuren te herstellen en uit te breiden met een
nieuwe wal en een citadel om zo aan mogelijke aanvallen van de Fransen
of Hollanders weerstand te kunnen bieden. De citadel werd gebouwd in
het hoger gelegen gehucht Ophem waar ook het Klooster van de Scholieren
en de Sint-Sulptiuskerk gelegen was. De Sint-Sulpitiuskerk moet een
vrij indrukwekkende kerk geweest zijn, die omstreeks 1236 werd
toegewezen aan de orde der Dalscholieren uit Langres om er een klooster
te vestigen. Deze kloosterlingen legden zich vooral toe op het
vervaardigen van kostbare handschriften. Door de eeuwen heen had de
kerk voortdurend te lijden onder de oorlogsomstandigheden en geraakte
zo in verval. Op de heuvel rond de kerk verrees een vierkante,
gebastioneerde citadel met drie ravelijnen in de brede gracht. Een
bedekte weg met glacis omringde het geheel. Binnen de citadel werden
verschillende gebouwen opgericht. Na de bouw van de citadel, waarbij
het klooster in het hart van de bolwerken kwam te liggen, werd de kerk
een soldatenkerk, verdween het klooster en verhuisden de kloosterlingen
naar een refuge. De wallen en bastions waren opgebouwd uit aarde. Het
permanent onder water zetten van de omgevende gronden zorgde voor een
bijkomende hindernis.

De
citadel heeft haar nut nooit kunnen bewijzen. In 1678 kende
Zoutleeuw een Franse bezetting na een korte belegering. Rond 1700 werd
de citadel verbouwd tot een grote onregelmatige vijfhoek. Het geheel
besloeg een oppervlakte van ca. 20 ha. Een tweede gracht werd rond het
geheel aangelegd. In 1705 kwam Zoutleeuw onder het bewind van de
'Verenigde Provinciën'. De vesting werd na de vrede van Utrecht (1713)
ontruimd. Tijdens het Oostenrijks bewind werden de fortificaties nog
onderhouden tot in 1742. Na de Oostenrijkse Successieoorlog had de stad
geen strategisch belang meer en werd de citadel verlaten en werden de
gebouwen afgebroken. In 1783 werd de functie van de citadel als
verdedigingswerk opgeheven en werd het geheel verkocht.
In 1878 opende de spoorlijn Tienen-Tongeren. De bedding van deze
spoorlijn doorsneed de citadel van oost naar west. Door bebouwing,
afgravingen en egaliseringswerken ging het noordelijk en westelijk deel
volledig verloren. Het zuidwestelijk deel van de citadel is nog
herkenbaar gebleven. Eén bastion van de eerste vierkante citadel, de
aangrenzende wallen en het tracé van de aangrenzende gracht en de
bedekte weg errond is nog waarneembaar.
Naast de cultuurhistorische waarden zijn de actuele en potentiële
natuurwaarden van deze site ook erg belangrijk. Op de begraasde,
reliëfrijke graslanden werden twee soorten wasplaten gevonden: de
weidewasplaat en het papegaaizwammetje. Ook de vondsten van de gele
knotszwam en de zeer zeldzame rookknotszwam onderstrepen de potenties
van dit gebied. Daarnaast werden er talrijke bijzondere plantensoorten
genoteerd waaronder het akkerklokje. Het reliëfrijke karakter en de
kalkrijke ondergrond vormen een belangrijk gegeven voor de verdere
ontwikkeling van thermofiele vegetaties.
De komende periode zullen via wederzijds overleg tussen de stad
Zoutleeuw en Natuurpunt de verdere mogelijkheden tot herwaardering van
deze site onderzocht worden. De voorbije jaren werden binnen het
werkingsgebied van de afdeling Gete-Velpe verschillende belangrijke
projecten opgezet. De opstart van de projecten
Heibos, Rukenbos en
Begijnenbos (
Kortenaken);
Aronst Hoek en
Betserbroek (
Geetbets),
Meertsheuvel
(Zoutleeuw) en
Het
Vinne
(Zoutleeuw) maakten heel wat indruk bij de lokale bevolking. Met het
project rond de voormalige citadel komt er een bijkomend
uitstralingspunt bij in het zuidoosten van Vlaams-Brabant.
Jaak Geebelen
Met dank aan Pieter Abts en Marc Op de Weerdt die een belangrijke
bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit project.
<<
Bolwerk
Natuurpunt Zoutleeuw