Natte graslanden en ruigtes

Het perceel ‘Klein Vinne’ ligt in de valleien van de Vinnebeek en de Kleine Gete, ten westen van de weg Zoutleeuw-Rummen. Dit kleine beekvalleitje met natte graslanden en ruigtes verbindt ‘Het Vinne’ met de vallei van de Kleine Gete, die samenvloeit met de Grote Gete. De voorbije jaren is Natuurpunt hier gestart met een reeks natuurontwikkelingsprojecten tussen Hoegaarden en Geetbets.

Dit kleine perceel wordt begraasd door Angus-Aberdeen-koeien, robuuste Schotse runderen die bekend staan om hun gemoedelijke karakter en hun vermogen te kunnen opgroeien op schrale gronden. Het ras staat dicht bij de natuur en gedijt het best in natuurgebieden waar een grote variëteit aan kruiden- en grassoorten te vinden is.

In het ‘Klein Vinne’ schieten pijptorkruid en aardbeiklaver terug op. Ook zijn er verschillende leuke broedvogels te vinden zoals de geelgors, grasmus en roodborsttapuit. Op de grens van het natuurgebied zie je ook regelmatig een torenvalk.

Goed nieuws voor het pijptorkruid

Oenanthe Fistulosa Flamingo, oftewel Pijptorkruid is een pionierplant voor natte standplaatsen met een wisselende waterstand, die bloeit van juni tot augustus met eindstandige schermen vol geurende witte minibloempjes. De plant lokt vlinders, bijen en hommels.

Aangezien de plant giftig is wordt hij gemeden door vee. Logisch dus dat je hem vooral terug vindt aan de randen van de sloten.

Aan het Klein Vinne is deze vergeten plant aan een opmars bezig.

Aardbeiklaver dankt zijn naam aan de vrucht, die veel lijkt op een aardbei. Vóór de bloei is het moeilijk om de plant te onderscheiden van de veelvoorkomende witte klaver.

Deze inheemse plant is ideaal als groenbemester, hooiplant, voedselplant voor vee en als bijenlokker.

De grasmus is niet echt een opvallende vogel, maar zijn zang is dat wel. Grasmussen nestelen in struikgewas en heggen, vaak aan de rand van akkers of weiden.

In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, is de grasmus geen familie van de mus. Grasmussen overwinteren ten zuiden van de Sahara en moeten daarbij de voedselarme woestijn doorkruisen.

Dit prachtig gekleurd klein vogeltje is een zomergast, al durft het bij zachte winters al eens overwinteren.

De roodborsttapuit heeft het vroeger zwaar te verduren gehad en liep sterk in aantal achteruit. Momenteel profiteert de vogel van het moderne natuurbeheer: het onttrekken van de uiterwaarden aan het agrarisch gebruik en het herstellen van heidebiotopen.

Het perceel ‘Klein Vinne’ is slechts 2,7 ha groot en het beheer ervan door vrijwilligers van Natuurpunt Zoutleeuw staat ernstig onder druk door de plannen van de Vlaamse administratie om het natuurbeleid te hervormen.  Hierdoor komen gebieden onder de 10 ha niet meer in aanmerking voor erkenning waardoor de toekomst van dergelijke kleine natuurgebieden erg onzeker is.

Meer info?

Aarzel niet om contact op te nemen met de conservator van dit natuurgebied Joachim Mergeay: joachim.mergeay@gmail.com