Project Description

De Slechtvalken van Zoutleeuw

In de lente van 2016 mocht de stad Zoutleeuw enkele wel zéér bijzondere nieuwkomers verwelkomen.  Op initiatief van Natuurpunt Vogelwerkgroep Oost-Brabant, in samenwerking met Natuurpunt Zoutleeuw en met de goedkeuring van de Kerkfabriek, werd een jaar eerder een nestkast geïnstalleerd hoog in de klokkentoren van de Sint-Leonarduskerk.

Deze nestplek viel zeer in trek bij een mooi koppel Slechtvalken, dat er dan ook nog in slaagde een eerste jong succesvol groot te brengen.

De Slechtvalk (Falco peregrinus) wordt beschouwd als één van de indrukwekkendste en snelste roofvogels ter wereld.  Ze kunnen uitpakken met een adembenemend en groot repertoire aan luchtacrobatiek.  De jachttechniek van de Slechtvalk wordt al sinds de oudheid bewonderd.

Na lange tijd met uitsterven bedreigd te zijn geweest, mogen we vandaag in Zoutleeuw deze ware meesters  van zweef- en duikvluchten in ons luchtruim terug aanschouwen.

Slechtvalken Zoutleeuw

Hoe herken je een Slechtvalk?   

Want het determineren van roofvogels gaat niet van een leien dakje.   Vaak zie je ze kort, op grote hoogte en in wisselende houdingen over je heen zweven.  Mannetje, vrouwtje en juveniele vogels wijken dan nog vaak van elkaar af in verenkleed en grootte.  Bovendien zijn roofvogels, in tegenstelling tot zangvogels doorgaans erg zwijgzaam.   Enkel het totaalpakket aan informatie (verenkleed, silhouet, vleugelslag, vlucht, geluid, tijd van het jaar, gedrag, …) leidt tot een goede determinatie.

 De Slechtvalk is een forse, nogal gedrongen vogel in rust, maar vliegend één van de meest spectaculaire vogels ter wereld.

Bijna zo goed als uitgestorven  

In onze streek was de Slechtvalk eeuwenlang een algemeen voorkomende roofvogel.  Vanaf 1950 nam het aantal dramatisch af en was hij in grote delen van de wereld nagenoeg volledig verdwenen.  Hoofdoorzaak was het massaal gebruik van schadelijke insecticiden en pesticiden (zoals DDT en PCB’s) in de landbouw.    Giftige resten van deze landbouwgiffen stapelden zich op in kleine zaadetende vogels en knaagdieren. Doordat roofvogels bovenaan de voedselpiramide staan, worden de gifstoffen die via prooien in hun lichaam terecht komen in hoge concentraties opgeslagen.    De krachtige en gevaarlijke soorten chemicaliën veroorzaakten eerst onvruchtbaarheid en tenslotte de dood van de valken.   Van de rijke Fenno-Scandinavische populatie van 2.000 tot 3.500 broedparen van voor WO II waren er begin 1970 nog maar 65 over!

In België werd het laatste broedpaar in 1958 waargenomen en tijdens het dieptepunt vanaf 1960 werd er geen enkel exemplaar meer gesignaleerd in ons luchtruim.  In 1966 wordt de Slechtvalk uitgeroepen tot een beschermde vogel.

Met het verbod op DDT en PCB’s werd het mogelijk om herstelprogramma’s op te starten, door het versneld uitzetten van vogels en het aanbieden van nestgelegenheid.   Na nestkastacties van de F.I.R. (Fonds voor de Instandhouding van Roofvogels) werd in 1996 terug een eerste jong in België geboren.   Dit eerste succesvolle broedsel tegen de koeltoren in Doel zorgde voor een waar ornithologisch hoogtepunt.   Ondertussen zijn er verschillende maatregelen van kracht die hebben geleid tot een breed herstel van deze fascinerende roofvogel.

Natuurpunt Vogelwerkgroep Oost-Brabant heeft de voorbije jaren 8 nestkasten in de regio opgehangen, waar er in vier een broedgeval heeft plaats gevonden.  Voor een zeldzame broedvogel is dit een echt succesverhaal.   Ook in Leuven, Tienen en Aarschot zijn er in 2016 slechtvalkjes geboren.  Door de nestkasten te plaatsen op geschikte locaties heeft deze machtige vogel zijn weg terug naar onze streek gevonden.

knop_resultaten_slechtvalken_vlaanderen

Bewonderd om zijn unieke jachttechnieken

De Slechtvalk is de snelst vliegende vogel ter wereld, een toonbeeld van een behendige jager met een scherpe blik.   Ronduit adembenemend zijn de spectaculaire verticale duikvluchten waarmee hij zich op prooien stort.  De slechtvalk vouwt de vleugels samen in een volmaakte druppel (foto 1) en laat zich dan van grote hoogte op zijn prooi vallen.

Met zijn gedrongen lichaamsbouw is hij een schitterend voorbeeld van volmaakte aerodynamica, hij ondervindt nauwelijks valweerstand en kan duizelingwekkende snelheden behalen.  In de literatuur tref je uiteenlopende valsnelheden aan, variërend van 300 tot 389 km/uur!

Zeer kenmerkend voor de slechtvalk zijn de neusbeentjes of neuskoontjes (duidelijk zichtbaar op foto 2).  Met een gewone neusopening zou hij tijdens de valduik niet meer kunnen ademen, er ontstaat een vacuüm voor de neus waardoor de lucht zelf veel te snel voorbij raast en niet meer opgenomen kan worden.   Omdat hij door zijn specifieke jachttechnieken de wetten van de zwaartekracht tart, heeft de evolutie ervoor gezorgd dat onze Slechtvalk speciale beenachtige koontjes in het midden van de neusgaten ontwikkelde waardoor de luchtstroom vertraagd wordt.  Op die manier kan hij tijdens de hoge snelheden blijven ademen, hetgeen echt noodzakelijk is om de vele spieren, nodig om tijdens zo’n duik heel precies te kunnen manoeuvreren, van zuurstof te blijven voorzien.  Een geniale evolutionaire vondst van de natuur die aantoont dat het lichaam van de Slechtvalk tot in de allerkleinste details geperfectioneerd is ingesteld op supersnelle duikvluchten.

Een Slechtvalk kan ook urenlang niets doen, zittend op een hoge uitkijkpost. In de vlucht is hij echter meedogenloos doelgericht.    Is de prooi bepaald, dan begint de aanval vaak vanaf een uitkijkpunt.  De Slechtvalk vliegt naar grote hoogte, maakt snelheid en vangt middelgrote vogels in een ultieme loodrechte stortduik van boven af, een jachtvlucht of een sierlijke ‘rol’ van onderen.  Met zijn scherpe ogen kan hij zich razendsnel op een object focussen, zelfs tijdens het vliegen ziet hij meer dan acht keer beter dan de mens.

De Slechtvalk valt met uitgestrekte poten op de prooi die onmiddellijk wordt gedood of ‘geslecht’ (foto 3) … een etymologische verklaring van zijn naam.

De roep van de Falco peregrinus

Tijdens de actieve jacht zijn Slechtvalken opmerkelijk zwijgzaam, ze luisteren geconcentreerd naar geluiden van mogelijke prooivogels.    Enkel tijdens de balts- en broedperiode zijn ze erg vocaal naar elkander toe … en dan nog vooral in en rond de broedplaats zelf.   Net als andere vogels kan de Falco peregrinus een heel assortiment aan geluiden voortbrengen, elk met een eigen betekenis.  Van het heldere rauwe gegak van een boze, verontwaardigde volwassen Slechtvalk tot het bedelende klaaglijk gekrijs van jonge kuikens.

Wat staat er op het menu?

Het jachtterritorium van de Slechtvalk kan zich maar liefst uitstrekken van 15 tot 40 km rondom het nest.  Het voedsel van deze gevleugelde roofridders bestaat bijna uitsluitend uit vogels, die voor een groot deel in de lucht zelf worden gevangen.  Het soortenspectrum is afhankelijk van de biotoop.  Duivenmelkers kunnen gerust zijn, achter reisduiven die tegen 100 km/uur huiswaarts vliegen waagt een Slechtvalk zich niet.  Hij gaat eerder op zoek naar makkelijke prooien zoals de meerkoeten of eenden aan Het Vinne.  In een stedelijke omgeving bestaat hun voedsel voor een groot deel uit verwilderde stadsduiven.  Maar ook grotere zangvogels, zoals spreeuwen, lijsters en gaaien staan op het menu.   Aan een flinke prooi heeft de Slechtvalk genoeg voor 2-3 dagen.  De zeldzame Geelgors die we in de Getevallei terug proberen te halen kan opgelucht ademen, ze is veel te klein om als prooi te kunnen dienen.   Ook de Huiszwaluwen die nestelen rond de St.-Leonarduskerk en de omliggende straten zijn omwille van dezelfde reden geen doelwitten.

Waar komt de Falco peregrinus voor?

Peregrinus komt van het Latijnse woord ‘zwerver’ en slaat op het feit dat de jonge Slechtvalken rondzwerven alvorens zich ergens te vestigen.   Als zwervende valk doet hij zijn naam alle eer aan want de Falco peregrinus is een echte wereldburger en kan zich uitstekend aanpassen aan zijn biotoop.  Met uitzondering van Antarctica en Nieuw-Zeeland, komt hij op alle continenten voor.   Doordat hij leeft in verschillende klimaten hebben zich zo’n 19 ondersoorten ontwikkeld.   Allemaal Slechtvalken, maar met kleinere of grotere verschillen bv. qua kleurenpatroon of grootte.  Hierdoor kunnen vrouwtjes van de grootste ondersoort tot 5x zwaarder zijn dan mannetjes van de kleinste ondersoort, nl. 1.500g tegenover 300g.  Straffe kost voor één en dezelfde soort!

De habitat van Slechtvalken kan sterk variëren, ze broeden van nature op rotsrichels in de buurt van grote wateren waar veel prooidieren voorkomen.

Met speciale nestplateaus kunnen ze ook overhaald worden om op hoge gebouwen in de stad te broeden.    Wel stellen ze enkele bescheiden eisen aan hun leefgebied: een goed voedselaanbod (rijk vogelleven), een veilige broedplaats en een open landschapstype met een vrij luchtruim voor de jacht.  De vogel zal grote, gesloten bosgebieden zeker ontwijken en zoekt het liefst een nestplaats met water binnen 5 km van hun territorium.

Hier in onze contreien is de Slechtvalk een standvogel, ze blijven steeds in de ruime omgeving van het nest.  De jongen daarentegen trekken in alle richtingen op zoek naar een plek om te nestelen.  Slechtvalken zijn monogaam, de paartjes blijven samen broeden tot een van de twee sterft.

Hopelijk voelt dit koppel Slechtvalken zich thuis in Zoutleeuw en

kunnen we ons volgend jaar opnieuw verheugen op een vol nestje….

Krijg je niet genoeg van onze Zoutleeuwse Slechtvalken?

In onderstaande diashow kan je nog rustig nabladeren in het fotoalbum van de familie Slechtvalk.

Toetje voor de kinderen:

Geraadpleegde bronnen: 

Slechtvalk (Falco peregrinus) – Natuurpunt  | Vogelwerkgroep Oost-Brabant |  Vogel in de kijker, de spectaculaire terugkeer van de Slechtvalk in de Lage Landen – Vogelwerkgroep Oost-Brabant  | Vogelbescherming Vlaanderen |   Vogelbescherming Nederland  |  Valken voor iedereenfalcoperegrinus.org  |  Werkgroep Slechtvalk Nederland  | Even voorstellen: de Slechtvalk – beleefdelente.nl  |  Duiven en de Slechtvalk – Dier en Natuur  |  Xeno-canto.org |  Roofvogels in beeld, Vereniging voor Veldbiologie – KNNV Uitgeverij 2008  |  Peter Hayman & Rob Hume,  Zakgids Roofvogels van Europa  – Tirion Uitgevers B.V. 2006  |  Felix Heintzenberg,  Roofvogels en Uilen – Tirion Natuur  2006  |  Benny Génsbol & Bjarne Bertel, vertaling Ger Meesters, Roofvogels van Nederland – KNNV Uitgeverij 2007  |  Bijlsma R.G & Glimmerveen U.  Herkenning van roofvogels in het veld  – Werkgroep Roofvogels Nederland, Waspe 2005.