Bos met ambitieuze toekomstplannen!

Tienbunders is een oud waardevol eikenbos, met inplant van Amerikaanse eik, gewone robinia, berk en tamme kastanje.   Natuurpunt Zoutleeuw ondertekende op 1 juli 2015 de koopovereenkomst voor 28 ha van het in totaal 60 ha groot bos.

In 2019 werd een jarenlange inspanning beloond: de 28 ha van Tienbunders werd officieel erkend als natuurreservaat.   Dit is niet alleen een morele opsteker voor de vele vrijwilligers uit de streek die dagelijks werken aan het natuurbehoud.  Door deze erkenning komen er nu ook jaarlijks wat middelen vrij zodat Natuurpunt de natuurkwaliteit van het gebied kan blijven verhogen.

De overige 32 ha van het bos zijn in privé-handen.   Dankzij  een unieke samenwerking met de eigenaar kunnen we in de toekomst zorgen voor een versterking van grote aaneengesloten ‘boskernen die oud mogen worden’ en zullen duurzame bosverbindingen  kunnen worden gerealiseerd.

Tienbunders is een eeuwenoud bos dat, onder de naam ‘DOLVEN BOSCH’, al terug te vinden is op Ferraris-kaarten uit de 18de eeuw.   Een bunder is een oude eenheid van grondoppervlakte, die vaak iets groter was dan een hectare (ha).  De omvang van een bunder verschilt van streek tot streek, afhankelijk van de plaatselijke lineaire meetstandaard de voet of de roede.   Een bunder stond ook gelijk aan 4 dagmalen, 4 keer de oppervlakte die een boer op één dag – met paard – kon ploegen.

Het gebied is van nature voedselarm en is daardoor relatief intact gebleven, met erg specifieke fauna en flora.  Een groot deel van Tienbunders was niet altijd bos, maar woeste heide met soortenrijke graslanden en schrale akkers. Daardoor verschilt het gebied erg van andere oude bossen in de regio en dat kan je bijvoorbeeld zien aan de plantengroei.

Unieke fauna en flora

In plaats van een rijke waaier voorjaarsbloeiers, kan je de meest speciale planten hier in het najaar waarnemen.

Soorten als blauwe bosbes, liggende vleugeltjesbloem, gaspeldoorn, koningsvarens, blauwe knoop, eikenpage en roestbruine kniptor getuigen van een rijk verleden.  Deze soorten houden van arme bodem en hebben het sinds de komst van de tractor en kunstmest erg moeilijk in Vlaanderen.

Wandelaars komen hier regelmatig reeën tegen.  ‘s Winters vliegt een houtsnip vlak voor je voeten op en in de zomer broeden naast de buizerd ook de havik, wespendief en glanskop.  Bovendien kan je hier wel vijf soorten spechten zien.

Onlangs werd in Tienbunders de Franjestaart (Myotis nattereri) waargenomen.  Deze redelijk zeldzame vleermuis met haartjes – franjes – langs de rand van staart en vleugels is helemaal dol op oude bossen.

Tijdens één van de allereerste inventarisaties van de aanwezige fauna en flora werd in het bos een koepelvormig nest van de grote rode bosmier waargenomen.   De aanwezigheid van bosmieren is een indicator voor een gezond bos.  De roodbruine drukdoeners zijn erg belangrijk in het bos-ecosysteem omdat ze insectenplagen helpen voorkomen.  Maar door hun ligging nabij bosranden zijn de nesten erg kwetsbaar.  Daarom wordt deze soort in België intensief beschermd.

De rode bosmieren profiteren van de open plekken en niet toevallig was Tienbunders ook één van de laatste Vlaamse broedplaatsen van de draaihals, een spechtensoort die van mieren houdt. Wie weet kan een herstel van open plekken ook die soort hier teruglokken.

Aangepast bosbeheer

Tienbunders zal op de duur ‘vernatuurlijkt’ worden. Concreet wil dit zeggen dat soorten als Japanse lariks, Amerikaanse eik, grove den en valse acacia gedund worden ten voordele van het inheems loofbos.   Op een plek waar we grove den kappen worden er ‘kloempen’ geplant van inheemse bomen.   Hier gaan we groepsgewijs aanplanten terwijl de tussenliggende zones opengelaten worden voor natuurlijke verjonging.

Een kloemp is dus een pleksgewijze aanplanting van boompjes, variërend van 25 tot 50 stuks, die zeer dicht opeen geplant worden, met in het midden een herkenningspaal.

Door het inplanten van kloempen brengen we meer variatie in soorten, structuur en leeftijd.   Van elke kloemp zal op termijn, na 10 tot 35 jaar, afhankelijk van de boomsoort, de mooiste boom geselecteerd worden.  Die boom wordt de toekomstboom genoemd.  Door continu omliggende bomen te dunnen krijgen de toekomstbomen steeds meer licht en ruimte.  Zo groeien ze uiteindelijk uit tot bomen met kwaliteitshout en krijgen we weerbare bossen die bestand zijn tegen de nadelige effecten van de klimaatopwarming.

 

Meer info over dit soort bosbeheer vind je op de site van ecopedia: ‘de kloemp als kraamkliniek’.

Dode bomen laten we zoveel als mogelijk staan (liggen), want dood hout doet leven.  Dat zal onder meer bijzondere broedvogels als de zwarte specht en de wespendief ten goede komen. De herstelwerken gebeuren met aandacht voor het natuurlijk erfgoed en voor de historische open plekken in het bos.  Op deze plaatsen kunnen lichtminnende planten groeien en ontstaat er een gelaagdheid in vegetatie, hetgeen de biodiversiteit sterk ten goede komt.   Met het beheer herstellen we een deel van de schrale graslandvegetatie en heide, maar behouden we de typische boskenmerken.

Door in te zetten op het herstel van unieke schraalgraslanden binnen de bossfeer wil het beheerteam van Tienbunders gebruik maken van het rijke fauna-flora-verleden van het gebied en ervoor zorgen dat vb. de draaihals, kleine ijsvogelvlinder en de zwarte specht (terug) hun weg vinden naar dit mooie bossencomplex.

Plaats voor zachte recreatie

De 28 ha dat nu erkend is als natuurreservaat was tot 2015 in privébezit en ontoegankelijk voor het grote publiek.  In het verleden werd het o.a. wel gebruikt voor de jacht en mountainbikewedstrijden.

Nu is een groot deel van Tienbunders toegankelijk.  Natuurpunt wil in de toekomst toegang blijven verlenen voor zachte recreatie.   Een doordacht beheerplan zal van Tienbunders een bos maken waar fauna en flora tot hun recht komen, een plek waar het voor wandelaars en buurtbewoners fijn vertoeven is.

Onze vrijwilligers houden het bos toegankelijk via bewegwijzerende wegen.   Er is ondertussen een mooie wandellus vrijgemaakt die loopt over een afstand van om en bij de drie kilometer.

Het glooiende reliëf, dreven met monumentale bomen, oude poelen en specifieke fauna & flora maken van Tienbunders in Zoutleeuw een uniek bos.    Kom zeker eens op ontdekking en geniet er van de natuur… .  Het gebied is vrij toegankelijk voor wandelaars op de paden, van zonsopgang tot zonsondergang.   Honden blijven aan de leiband.

Hoe het allemaal begon…

Het bossencomplex ligt op de grens Budingen – Kortenaken en is meteen de grootste van onze vijf Zoutleeuwse natuurpuntgebieden.   Omwille van deze reden werd in 2015 besloten om geen individuele conservator voor het gebied aan te stellen, maar te werken met een beheerteam.

Dit team  (samengesteld uit professionelen en vrijwilligers) stond onmiddellijk voor verschillende uitdagingen:

  • inventarisatie van de aanwezige fauna en flora
  • bosonderhoud met creatie van open plekken
  • hakhoutbeleid uitwerken
  • toegankelijkheidsplan opmaken dat aan wensen van natuurliefhebbers en zachte recreanten voldoet (bv. aanleggen en doorgankelijk houden van wandellussen) rekening houdend met de aanwezige fauna en flora en het nog uit te schrijven natuurbeheerplan.

Eerste observaties (2015)

Een eerste rudimentaire inventarisatie van de aanwezige fauna en flora levert alvast volgende resultaten op:

  • zomereik en Amerikaanse eik
  • tamme kastanje
  • gewone robina
  • berk en beuk
  • zwarte els
  • populier
  • grauwe abeel
  • grove den en douglasspar
  • wilde lijsterbes
  • hazelaar
  • adelaarsvaren
  • gewone vlier
  • Gelderse roos
  • wilde kamperfoelie
  • gaspeldoorn
  • en heel veel wilde bramen

Op het perceel werd een koepelvormig nest van de grote rode bosmier waargenomen.  Aan de rand van het bos bevindt zich een oude drainagepoel van een akker, waar nu kikkervisjes trachten te overleven.  Er werden ook sporen gevonden van de rode eekhoorn en de gewone bosmuis.

Het project Tienbunders is echt een mooie gelegenheid om werk van te maken van méér bos met méér biodiversiteit in onze eigen streek.

Aan de slag!

Tijdens de opstartvergadering in september 2015 werden Guy Lewylle en Joachim Mergeay naar voren geschoven als contactpersonen en conservators voor Tienbunders.

Zij worden bijgestaan door een enthousiast 12-koppig beheerteam afkomstig uit Kortenaken, Linter en Zoutleeuw. Samen willen we ervoor zorgen dat dit nieuwe stukje natuur alle kansen krijgt.

Wil je graag meer informatie over dit natuurgebied?  Aarzel niet om contact op te nemen met Guy Lewylle (guylewylle@hotmail.com) of Joachim Mergeay (joachim.mergeay@gmail.com).

Pagina laatst bijgewerkt op 26/07/2021